Karimabad
Karimabad: Het hart van de Hunza-vallei
Karimabad
Karimabad, voorheen bekend
als Baltit, is de hoofdstad van
het Hunza-district in het door
Pakistan bestuurde Gilgit-
Baltistan in de betwiste regio
Kasjmir.
Info
Karimabad
Karimabad (voorheen bekend als Baltit) is het historische en
culturele hart van de Hunza-vallei in Gilgit-Baltistan, Pakistan.
Het is een van de beroemdste bergdorpjes van de regio,
gelegen op circa 2.450 meter hoogte, direct onder de toppen
van de Karakoram.
In de omgeving van de Raja Bazaar steken we via een houten hangbrug de Gilgit Rivier over .
Het brugje is niet al te breed en hier en daar wipt er een houten plank omhoog als onze jeep er
overrijdt. Heelhuids berijken we de andere oever. De Kargah Nullah heuvels zijn archeologisch
van groot belang. Hier werden aanwijzingen gevonden van vreemde heersers die elk hun stempel
op het leven in de vallei drukten. Lokalen vertellen dat deze kargah Boeddah, uit de zevende eeuw
een menseneter was die de vallei terroriseerde totdat hij door een heilige man tegen de rotswand
opgehangen werd. In de omgeving staan de ruinee van een klooster en een stupa waar in 1930
een manuscript op berkeschors gevonden werd. Dit dokument in het sanskriet en het Perzisch
vermelt de geschiedenis van de Karhah vallei tijdens de Patola-periode .
De kortste en avontuurlijkste verbinding tussen Gilgit en KKH is deze via een hangbrug over de Huzan-Rivier. De brug deint gevaarlijk op en neer wanneer onze jeeps er een voor een overrijden. Hier en daar ontbreken planken en dan
zie je de gapende diepte. Op het einde moet je nog door een tunnel rijden alvorens de te bereiken. Deze hangbrug bevindt zich vlak bij de samenvloeiing van de Hunza en de Gilgitrivier. Indien je niet van deze brug gebruik maakt,
moet er 40 km alom worden gereden om een soliedere oversteek te vinden. Deze houten brug is ongeveer tweehonderd meter lang en wordt als de langste hangbrus van Azië beschouwd. Vanaf nu volgen we Hunzarivier. Tussen de
kloven in wordt elk plekje grond voor landbouwdoeleinden benut. Het Karakoran Hoghway monument werd opgericht ter nagedachtenis van de honderden die het leven verloren tijdens de aanleg van de weg. Naast het monument
liggen dan ook veel graven. Vijfentwintigduizend Pakistaanse en Chineese arbeiders brachten dit huzarestuk tot een goed einde. De Chineeen stonden in voor de bouw van de bruggen. De Pakistani namen de aanleg van de weg voor
hun rekening. Nu og wordt deze belangrijke weg op vele plaatsen door het leger gekontroleerd. Daar waar de Hunzaxivier en de KKH rond de voet van de 7788 meter hoge Rakaposhi berg lopen, stoppen we even en genieten we van
het zicht op de Minapin-gletjer. Hier eindigt het Insulair plateau, ingesloten tussen het Aziatische en het Indische plateau. Op deze plaats botsen twee continenten tegen elkaar op, zodat dit deel van Pakistan tot een onstabiele streek
op geologische gebied is. De KKH wordt dan ook regelmatig versperd door vallende rotsblokken. In Chalt hakte het Brits leger In 1891 het leger van Hunza en Nagar in de pan waardoor beide vorstendommen bij het Brits Imperium
werden ingelijfd. Naarmate de zon ondergaat, krijgt de sneeuw en het ijs een zacht roze kleur waarin langzaan paarsblauw tinten verschijnen. Ook al verdwijnt de zon volledig achter de bergen, nog lang genieten we van de laatste
zonnestralen die als een waaier boven de toppen uitstralen. Het is al donker als we Hunza berijken.
Deze morgen zijn we vroeg opgestaan om de zon achter de bergtoppen te zien opgaan. Een warmrode gloed verlicht de hoogste bergtoppen en de lagere toppen worden door een lichtkrans omrind. Als de zon eindelijk boven de
toppen uitkomt, baden de naakte bergflanken in de felle zon. Lange schaduwen gevormd door voorbijdrijvende wolken, tekenen zich af op de ruwe bergflanken. In de verte kraait een haan, de muzzin roept op tot het gebed, langzaam
komt de vallei tot leven. Sommigen wachten geduldig en warm ingeduffeld op vervoer. Het desolaate landschap waar we gisteren doorreden, heeft hier in Hunza plaats gemaakt voor een rijke, vruchtbare sprookjesvallei omgeven door
besneeuwde bergtoppen. Vanop het terras van ons hotelletje genieten we van deze prachtige ongeving. Diep in de valleibodem vloeit de Huzan. Steile haast loodrechte oevers begrenzen een plateau waarop zoveel mogelijk velden in
terrasvorm zijn aangelegd. Hier worden vooral gierst en aardappelen verbouwd. Daartussen werden fruitbomen en populieren aangepand, zij dienen als windscherm en beschermen de gewassen. De huizen werden tegen de
hellingen opgebouwd en zijn onopvallend, daar ze versmelten met de kleur van de omgeving. Via een stoffig pad klimmen we naar Karimabad genoemd naar prins Karin, de huidige Aga Khan. Karimabad is de hoofdplaats van Hunza.
Op een heuveltop vlak voor de Ultra Nala troont het Baltitfort, dat zo'n vijfhonderd ja zeshonderd jaar geleden gebouwd werd en koninklijke residentie was tot de vorige Mir het in 1960 verliet. Al onderhield de Mir betrekkingen met de
Chineese gouverneur van Xinjiang, Hunza was ooit de meest geisoleerde streek in dit deel van de wereld. Taalkundig wordt Hunza verdeelt in lagere Shishhat tot aan Karimabad en OpperHunza of Gojal genoemd dat zich uitstrekt tot
aan de Khunjerab-pas In het eerste deel spreekt nen Burushuski, in Gojal spreekt Wakhi. Op je tocht door het dorp tref je onvermijdelijk irrigatie kanalen aan. Deze
kanalen zijn van levensbelang voor de landbouw en het leven in en
rond de vallei. Het water is afkomstig van de Ultar-gletjer. Het water is fluweelachtig wit door de minuskule schilfertjes mica die er in rondzweven. Op godsdienstig vlak behoren de Hunzakutz tot Ismaelieten, met uitzondering van
Ganesh en de Nagarie die tot de Shiften behoren. De Islam werd door Arbische legers naar hier gebracht. Rond 1400 was de streek volledig tot de Islam bekeerd. Midden de jaren 1800 werd de regerende familie en de meeste
onderdanen Ismaelieten en bekeerden zich tot de leer van de Aga Khan. De oorsprong van het Hunza-Nagar rijk gaat verloren in de tijd. De bevolking beweert dat het zo'n negenhonderd jaar geleden werd gesticht. Rond 1600
verdeelde de koning Hunza en Nagar onder zijn twee zonen. Zij vermoorden elkaar om de heerschappij over beide koningrijken. Tot vorige eeuw was moord routine bij het oplossen van de troonsopvolging. Hunza is echter ook bekend
voor de zeer hoge leeftijd die de inwoners er berijken. Ze wijten hun hoge leeftijd aan hun dieet van groenten en fruit en aan het Hunzawater. Het Baltitfort is enkel via een stijler smalle en bochtige pad te berijken wat de verdedigen
van het fort gemakkelijk maakte. Het stevig gebouw werd opgetrokken uit steen en wordt ondersteund door balken. De muren zijn bedekt met gedroogde leem waarin stro werd verwerkt. Er wordt verteld dat een princes uit Baltistan
huwde met de lokale Mir. Als bruidschat bracht ze metsers, timmerlieden en ambachtslieden mee. zij zouden Baltit gebouwd hebben. De drieenvijftig kamers liggen over drie niveaus verspreid. Via een wankele houten trap komen we
in de troonzaal en de leefvertrekken. Vanop het balkon kon de Mir zijn koninkrijk overschouwen. Nu zijn de meeste kamers zijn leeg, vele gekleurde ramen zijn gebroken en de plaaster van de muren bladert af. Herstel is hier dringend
nodig. Van op het
dak hield de Mir volksraadplegingen en overlegde samen met zijn raadslieden de politieke toestand. Op het dak staat een soort toren in Tibetaanse stijl, dat meestal bovenop religieuse of ceremoniele gebouwen
wordt gezien. Van hieraf heeft men een prachtig uitzicht over de Hunza vallei.
Hunza en Nagar liggen tegenover elkaar en de rivier vormt de grens. Hunza strekt zich uit tot aan de Chineesegrens. Hagar is het zuidelijke deel van de vallei met de Rakaposhi berg en de Hispargletjes. Via terrassen waarop tarwe
groeit en de maïsvelden, wandelen we naar het kleine Altit-fort. Het toerisme brengt sedert enkel jaren welvaart naar de streek. De kinderen zijn goed doorgevoed en mooi gekleed. Doch de lokale bevolking heeft zijn eigen cultuur niet
verlogend. Vele dragen nog steeds de klederdracht eigen aan de streek. In Hunza dragen mannen een wollen chogha, zowel mannen als vrouwen dragen een luchtig overhemd over een wijde flodderbroek. Kenmerkend is het hoedje
gedragen door de vrouwen. Van streek tot streek verandert de vorm van dit hoofddeksel dat versierd is met borduurwerk van kleurige bloemen en geometrieche figuren. Hierover dragen ze een fijne sjaal of dupatta waarmee ze hun
gelaat kunnen bedekken als ze op straat een vreemde man tegenkomen. Het pad loopt kriskras tussen de huizen door en men moet opletten niet in de waterkanalen terecht te komen. Het Altit fort, een kleiner fort dan Baltit werd
gebouwd boven op een rotst meter boven de Hunza-rivier. Op de bovenverdieping zijn de koninklijke vertrekken, de slaapkamers en de troonzaal waar de balken vergierd zijn met symbolen. Een trap leidt naar een balkon van waar
men een zicht heeft over de verdedegings wallen en de Huzan-rivier. Beide forten dienden als bescherming van de zijderoute. In dit feodaal systeem betaalden de onderdanen belastingen in de vorm van graan. Als tegen prestatie
bood de Mir hen bescherming in oorlogstijd en deelde graan uit zijn voorraad uit bij hongersnood en schaarste. Vanop het balkon heeft men een fantastisch uitzicht op het dorp dat bestaat uit een doolhof van en nauwe straatjes. Op
het dak wordt fruit en groenten voor de winterperiode gedroogd. ‘s Namiddag vangen we een klim aan naar de Ultar-Gletjer. Het pad volgt gedeeltelijk het ingenieuze irrigatienetwerk. De kanalen die soms over de vertikale wanden
werden aangelegd, zijn 10 tallenkilometere lang. Tunnels doorheen de wanden ronden de hoeken en daar waar de wanden te recht zijn worden houten troggen gebruikt. Kleppen dienen om de stroming konstant te houden. Het is
ongelooflijk hoeveel irrigatiekanalen uit die ene canyon komen. Achter het Baltitfort wordt het irrigatiewater voor de vallei gesorteerd en vertrekt via een wirewar van kanaaltjes de vallei in. Deze man staat in voor het dagelijks
onderhoud en de inspectie van de kanalen. Een levensgevaarlijke dagtaak daar het traject via hoge rotsen en langs op de meest onwaarschijnlijke wanden en richels loopt. Je bemerkt de kanalen aan de donkele lijnen met groen
spotjes vegetatie. In dit amfitheater van rotsen, de UItar 1 2 en 3 en de Lady-Fingerpeak heeft de UItar-gietjes zieh genesteld. Doch meters modder en stenen geven hem een zwarte kleur en doen hem versmelten mrt de omgeving.
s' Anderdaags rijden we via een stoffige en droge jeeppiste naar de Hopar-Gletjer aan de overkant van de Hunza rivier. Langheen de wegkant groeien noch bomen noch struiken; selfs geen sprietje gras is er te zien. Rotsblokken zijn
net neergestort en omhullen de omgeving met een stofferige wolk. De weg is volledig versperd en we moeten wachten tot de arbeiders de piste vrij gemaakt hebben. De piste stijgt de bergen in tot in Nagar dat tot in de 15 eeuw samen
met Hunaz een koninkrijk vormde. Na de opsplitsing ontwikkelde Nagar zich tot een zelfstandig koninkrijk. De omgeving van Nagar is zeer vruchtbaar. De mensen hier zijn volgelingen van de Shia-moslimsekte en vurige bewonderaars
van Ayotollah Khomeini uit Iran. Van op de bergkam heeft men aan de ene kant een zicht op de vallei en aan de andere kant kijkt over de gletjer. De Hopar draagt verschillende namen. Zo wordt hij ook nog Bualtar of Hispar-gletjer
genoemd. Arbeiders rusten uit. Zij onderhouden en leggen een pad aan dat naar de gletjer leidt. De bovenzijde van de ijsstroom is ook hier zwart door stenen en gruis.
Door schuurende werking van de iijsmassa op de bergwanden worden rotsen en stenen losgemakt en storten neer. modder en steenslag vermengen zich met de bovenst ijsmassa en ontsieren de glotser. De Hopar is de snelste gletjer
in Noordelijk PakiBsan. Per dag schuift hij tien centimeter verder. De omgeving van de gietjer is een land van stilte en geheimzinnigeid. Deze rivier van ijs verbindt de Centrale Korakoram met Baltistan via de Hopar-pas en de Biafo-
gletjer. Erik Shiptoo gebruikte deze passage in 1937. Deze verbindingsweg was reeds eeuwen door Baltis en Hunzakuts gekend. Voor doorwinterde trekkers is een tocht over de Hopar-gletjer de snelste en meest opzienbarende
toegang tot het voormalige vorstendom Tibet. Dag en nacht kan je genieten van deze ijswoestijn, de talrijke sneeuwmeren en de prachtige verzichten. Vanaan de hopar-gletjer hebben we een zicht op de Rakaposhi -bergketen die in
1983 door een Belgische expeditie beklomen werd. Kinderen komen hier blokken ijs uitkappen die in ter plekke gevlochten mandjes meegenomen worden. In het dorp wordt het platgeslagen tot fijne schilfers en vermengd met
vruchtensiroop vormt het een heerlijke gorbet. Op de terugweg, even ten oosten van Ganesh, stoppen we bij een groep enorme rolkeien, gekend o,der de naam “rotsen van Hunza". De rotsen zijn soort gastenboek van de vallei en de
zijderoute, de enige verbindingsweg tussen China, India en het westen. Samen met de legenden van streek verhalen ze 2000 geschiedenis. Naast biddende figuren en afbeeldingen van dieren vindt men op deze rotsen teksten in vijf
talen. Het zijn het kharoshi, Het Brahmi, het Gupta, het Sogdiengs en het tibetaans. Ook treft men er talrijke vruchtbaarheidsymbolen aan. Op de weg naar Gulmit en tot in West Turkistan zijn nog meer petroglyfen te vinden.
Steenbokken moeten in het verleden waardevolle dieen zijn geweest, daar nu nog in de meest afgelegen dorpen van de vallei, de dorpelingen de steenbok dansend nabootsen.Tijden dit ritueel waarbij de lokale Shaman, Bitan
genoemd, een hoofddekesel met steenbokhoorns draagt, raakt hij in godelijke trance. Tussen de ontelbare jachttaferelen met steenbokken werd het portret van Gondophares, de kushaanse koning van Gandara die regeerde tijdens
de eerste eeuw na christus ,uitgehouwen. Tegen de avond bezoeken we Ganes, waarschijnlijk de oudste nederzetting in Hunza-Nagar. Vergeet men de met vliegeneieren besmete winkeltjes en wandelt men door de lieflijke dorpskern,
dan komt men tot de ontdekking dat deze vol gebouwd staat met huizen in klassieke Hunza architectuur. Integenstelling tot de rest van de Hunza zijn de dorpelingen hier voor honderdprocent Shia. We worden gastvrij ontvangen en
mogen een kijkje nemen in hun huis. Het dorp heeft een rijk versiere houten moskee die honderd tot tweehonderd jaar oud is. Elke moskee in het dorp wordt onderhouden door een clan van Ganesh. De KKH is met meest
spectaculair tussen Ganesh en Gulmit. Hier kronkelt hij zich rondom de basis van bergpas van de Hispar-keten. De bergen met scherpe pieken gekarteld randen ,leunen tegen elkaar aan. In een plaatselijk theehuisje ontbijten we. Een
warme kop thee of koffie doet onze verkleumde ledematen goed daar de temperatuur hier s’ morgens rond het vriespunt schommeld. Aan de wand hangen foto's van politieke leiders. Onze chauffeur laat duidelijk zijn voorkeur blijken
voor Benazir Bhutto, de huidige vrouwelijke president van Pakistan.