Kaghan-vallei
De poort naar de Himalaya
© D.S.F. Production

Kaghan-vallei

De Kaghan-vallei is een alpiene riviervallei die wordt doorkruist door de Kunhar-rivier in het district Mansehra van Khyber Pakhtunkhwa, Pakistan. De vallei strekt zich uit over 155 kilometer in het noorden van Pakistan en loopt van een laagste punt van 650 meter tot de Babusar-pas op ongeveer 4170 meter.
Info
Kaghan Vallei: Waar gletsjermeren de hemel raken. De Kaghan-vallei (Kaghan Valley) is een 150 kilometer lange alpine vallei in het district Mansehra in de provincie Khyber-Pakhtunkhwa, Pakistan. Het is een van de populairste toeristische bestemmingen van het land dankzij de dichte dennenbossen, woeste rivieren en besneeuwde bergtoppen van de Himalaya
De chauffeurs van collectieve taxies wachten tot hun busje vol is alvorens ze naar hun bestemming vertrekken. Wij rijden richting Murree. Eerst doorkruist de weg de grassige Indus-vlakte om dan langzaam de beboste heuvels in te stijgen. Eens Ghora Ghali voorbij wordt het landschap bergachtig De heuvelruggen zijn bezaaid met boerderijen en terrassen bestemd voor de landbouwgewassen. Murre ligt op 2300 meter en werd in 1851 door de Britten gesticht. Hier ontsnapten ze aan de hitte van de vallei. Nu nog is het een populair vacantieoord. De Mall is de winkelstraat van Murre. In de piepkleine winkeltjes kan men van alles aankopen. De amandelen van Murre schijnen de beste van Pakistan te zijn. In de smalle straatjes gaat het leven rustig zijn dagelijkse gang. Vele huizen zijn opgetrokken uit hout . Ze werden gebouwd volgens Viktoriaans design met smalle ramen en een zadeldak. De woonvertrekken liggen op de bovenverdieping. Op het gelijkvloers zijn de winkele en restaurants. Patienten wachten op een consultatie bij de dokter. Op straat lopen vrouwen gesluierd, omdat de islamietische wet "de sha ria" dit voorschrijft. Veel werk gebeurt op arnbachtelijke wijze en stress is hier onbekend. Vele aktiviteiten gebeuren hier kriskras door elkaar. Op enkele passen van de slager wordt textiel gekleurd. Hygienische normen liggen duidelijk lager dan bij ons. Hier leeft men volgens zijn eigen vermogen en kunnen, en de ene heeft al een hoger levenstandaard bereikt dan de andere .
Van Muree gaat het verder naar Balakot. En op de wegen gaat het er even chaotisch aan toe als in de stad. In een hels tempo rijden onze jeeps door de haarspeldbochten en ze scheren rakelings langs vrachtwagens en bussen. Blijkbaar rijdt elke Pakistani even roekeloos en dat heeft soms verstrekkende gevolgen. Dan is het maar wachten tot het probleem is opgelost. De smalle weg slingert zich door de groene bergen. Hier bevinden we ons slecht op enkele km van Kashmir, een omstreen grensgebied met het buurland India. Af en toe weerklinken geweerschoten. Prachtig versierde bussen zorgen voor de verbindingen tussen de steden en dorpen. Daar ze niet zo frequent rijden wordt elke vrije plaats maximaal benut.
We rijden door kleine steden en dorpen. Door de drukte op straat schieten we slechts langzaam op. Zo gaat het door dorpjes als Hil en stadjes als Muzaffarabad. Onze chauffeurs hebben hun vaste stopplaatsen langs de weg. Ook wij zijn blij met deze korte haltes want uren achter elkaar in een open jeep rij den is zeer vermoeiend. Deze rustperiodes laten ons toe even de benen te strekken en kontakt te zoeken met enkele werklieden. Ook trucks stoppen hier. zij vervoeren allerlei goederen en doorkruisen het land. Zoals de bussen worden ook vrachtwagens prachtig versierd. Dit is een van de typische kenmerken van Pakistan. Net als wij, trachte de vrachtwagenchauffeurs snel hun bestemming te bereiken. In de late namiddag berijken we Balakot, een rustig dorpje dat van de landbouw en het toerisme leeft. We wandelen door het centrum, een aaneenrijging van piepkleine winkelt. Een wankele houten hangbrug brengt ons over de Kunhar rivier. Onverstoord rookt een man zijn pijp. De bakker bereidt chapattis, een soort plat brood, dat in een stenen oven wordt gebakken. Bij een kruidenierswinkel bespreken enkel mannen de laatste gebeurtenissen. Zelden zal men een vrouw op straat tegenkomen. Kruisen we er toevallig toch een dan zal ze haar gelaat bedekken en een zij straatje inspringen.Al vlug zijn we het dorpje uitgewandeld en kuieren we verder langs de Kunhar rivier. Aan de oevers van de rivier even buiten het dorp kamperen nomaden. Begin September komen hier de eerste nomaden aan. Samen met hun kudden trekken ze zuidwaarts om te ontsnappen aan de barre winterkoude in de bergen. De volwassen reageren wat achterdochtig en agressief op onze komst. Doch nadat zij een kleinigheid en enkel cigaretten hebben gekregen, kunnen we vrij en het kalm rondwandelen. We brachten de nacht door in plaatselijk PTDC hotel. Een eenvoudig en konfortabel hotelletje van de Pakistaanse Toeristische dienst. Het is nog vroeg in de morgen als we Balakot verlaten. Balakot wordt gezien als de ttoegangspoort ot de Kaghan vallei. De kinderen stappen naar school. In Pakistan is een lei en een griffel nog steeds de standaard voor de schoolgaande jeugd. Naarmate we naar Naran toerijden, wordt de vallei smaller. Op de lagere helling zijn terassen waarop graan wordt verbouwd. Irrigeren hoeft hier niet . De Kaghan-vallei is immers de noordelijkste grens van de moessonregens. Daar waar de Khuran rivier volledig het dal inneemt, loopt de weg halfweg de stijle hellingen.
Hier is het gevaarlijk rijden. Niet alleen staan de wegbermen loodrecht op de rivieroever, maar regelmatig moeten de jeeps uitwijken en stoppen voor kudden vee die de weg versperren. In september en oktober verlaten alle familie hun zomerverblijf gelegen op het Lalazarplateau. Met hun schapen en geiten en de hele huisraad trekken ze naar het warmere zuiden. Elk jaar opnieuw leggen deze nomaden honderden km door de bergen af en dit dwingt onze bewondering af. Jong noch oud ontsnapt aan deze grote trektocht. Terwijl mensen en dieren voorbij trekken hebben we de tijd om te genieten van deze wondermooie Kaghan vallei, die zich uitstrekt over een lengte van 166 km. De hogere hellingen zijn begroeid met oeroude sparren en dennen en geven de vallei een overwegend groen en rustig uitzicht. Daar waar er voldoende vlakke grond aanwezig was, ontstonden kleine dorpen. Je kan er terecht voor een kop warme thee of een sappige appel. Als we verder rijden ogen jongelui ons na. Dromen zij van een wereld die buiten hun bereik ligt ?. De stoffige piste leidt ons verder noordwaarts. Met het openbaar vervoer kan je tot halfweg de Kaghan vallei reizen, gebruik makend van de Flying coaches. Alhoewel vliegensvlug moet hier wel gerelativeerd worden. Verder dan Naran rijdt de bus niet en Naran is ook ons einddoel voor vandaag. AIs we kinderen in koor hun les horen opzeggen, stoppen we even en bezoeken we het plaatselijk schooltje. Drie meesters begeleiden hun leerlingen met een ijzeren hand. Als de disipline zoek is , komt er de zweep aan te pas . Alle leerlingen dragen eenzelfde uniform. Gehurkt op de grond lezen enkele leerlingen voor uit een geillustreerd leesboekje. De lessen worden in het Urdu gegeven. Urdu is de officiele taal. Engels is de tweede taal en daar wordt dus ook veel aandacht aan besteed. Trots toont een pienter schavuit ons zijn leesboek. Verschillende leerniveaus zitten bij elkaar. Aangemoedigd door hun leraar proberen de jongens het schoolse engels dat zo kennen een antwoord te geven op de vraagjes die we hun stellen. Zolang het weer het toelaat wordt er les in openlucht gegeven. Als ik hun de prentjes aanvijs en vraag hoe ze dat in het Urdu uitspreken, geven ze geammuseerd uitleg. Terwijl wij het schooltje bezoeken, kijken onze chaufeure de jeeps na. Over de rivier liggen houten loopbruggen. Deze verbinden de hoofdweg met de stijle bergpaden die naar de huizen leiden. Regelmatig kruisen we Gujars , die hun kudden schapen, geiten paarden en muilezels voor de winter naar het dal brengen. De familie begeleidt het konvooi. Kinderen lopen tussen het vee en houden de dieren op de weg. De vrouwen dragen de kleinsten en sleuren met de huisraad. Een kamp waar er overnacht werd, wordt net als we langskomen ontruimd. De mannen zijn al onderweg met het vee. Vrouwen en kinderen ontruimen de kampeerplaats. De allerkleinste reizen mee boven op de rug van de muilezel. De tocht zal hen naar Kashmir of de Punjab brengen waar ze overwinteren. Andere nomaden zoals de Afgaanse Kirghiz trekken naar de hoge graslanden van Kohistan en Hazara. Eens het dorpje Kaghan voorbij wordt de piste enkel berijdbaar voor jeeps. Doordat we in een open jeeps rijden, kunnen we ongehinderd genieten van de prachtige natuur. Soms wordt de weg door de moessonregens weggespoeld en gebruik men het grint dat op vele plaatsen in de rivierbedding aant om de weg te herstellen. We bereiken Naran, een typisch kleine nederzetting en het toeristische centrum van de vallei. Dit rustige serene dorp is gelegen op 2427 meter . Het dorp bestaat uit enkele winkeltje en een paar eenvoudig hotels. Naran is een paradijs voor vissers en wandelaars. De Kunhar-rivier ie gekend om zijn lekkere forel. Langsheen een van de vele wandelpaden maken we een korte verkenningstocht in de omgeving. Zodat we kennis kunnen maken met de levenswijze van deze bergbewoners. We besluiten een kleine boerderij te bezoeken. De gebouwen zijn opgetrokken uit ruwe rotsblokken en worden gesteund door boomstammen. Onze aanwezigheid wordt snel opgemerkt en achterdochtig komt een bewoonster kijken wat we op het erf uitvoeren. Wij mannen mogen niet binnen, de vrouwen uit onze groep mogen het huis binnengaan, en zelfs de jongste telg knuffelen. Vanuit de vallei grengt een 10 kn lange piste ons naar het pittoreske en lieflijk gelegen Saif-ul-mulukmeer. Even buiten het dorp komen we langsheen enkele nomadenkampen. De vrouwen verbergen hun gelaat als we onze kameras tevoorschijn halen.
Langs beide zijden van de piste rijzen de begtoppen stijl de hoogte in. Half weg wordt de weg versperd door een gletjer, er wordt even overlegd of we er over of omheen zouden rijden. Stapvoets rijdt de eerste jeep in de reeds bestaande sporen. Het ijs oppervlak lijkt stevig genoeg en de andere jeeps volgen. Diegene die het zaakje niet vertrouwen gaan tevoet. Sommige gletjers kunnen tot een halve meter per dag verder glijden. Na enkele weken moet er een nieuwe weg worden gezocht om over de gletjer te rijden. Nog langs enkele grote rotsblokken rijden en onze chauffeur bereikt de overkant. Doch een gevaarlijke en moeilijker karwij staat ons nog te wachten. Een aarden piste van anderhalve meter breed kronkelt zich lange de heuvel flanken naar boven. We hebben volle vertrouwen in de rijkunst van onze chauffeur. We bereiken het op 3212 meter gelegen plateau met het groenblauwe Saif-ul-mulukmeer omringd door weilanden en alpeinse begroeingen. Volgens een plaatselijk legende werd Prins Sauful Mul uk verlieft op een fee , de Princes Badri Jamal die in het meer woonde. Beschik je over voldoende tijd dan kan je rond het meer wandelen en het landschap in al zijn pracht aanschouwen. Doch wees er op voorbereid dat het weder in de bergen plots kan omslaan. Op deze mooie plekjes kom je volledig tot rust. Laat in de namiddag heb je het meeste kans om de top van de Malika Parbat te zien. Gelegen aan de voet van het meer bereikt de Malika Parbat een hoogte van 5290 meter. Het Saif-ul Muluk meer en de Malika Parbat zijn een geliefkooste bestemming voor elke pakistani die de streek bezoekt. Voor anderen is het leven hier hard labeur. Zonder zich iets van drukte aan te trekken, leidt deze herder zijn kudde door de bergen op zoek naar nieuwe graslanden. Gezien de grote van de kudde moet hij een welgesteld man zijn. Sommigen klimmen tot hier en verhuren er hengels om aldus in hun levensonderhoud te voorzien. Westerse vrouwen staan hier in de belangstelling. Zij moeten dus mee op de foto. Dikke wolken pakken samen rond bergtoppen en het wordt tijd de terugtocht aan te vangen. We besluiten deze te voet te doen daar ze amper drie uur duurt. Verloren kunnen we niet lopen, de piste is de enige weg naar beneden. Elkeen volgt op zijn eigen tempo niet te snel daar je op een hoogte van 2400 meter bent. Al wandelen heb je al de tijd om het landschap in je op te nemen, en kan je ook even met de lokale bevolking kennis maken. Soms sta je versteld over de behendigheid waarmee de vrouwen hier allerlei goederen op hun hoofd dragen. Heel even nog steekt de besneeuwde top van de Malika Parbat of de "koningin der bergen" door de dikke wolkenmassa heen. Ook onze jeeps dalen voorzichtig langsheen de flanken de heuvel af. Als de schemering haar intrede doet, daalt de temperatuur zeer snel. Als we de gletjer zijn overgestoken, zijn we bijna aan het einde van onse voettocht. Beneden in het tentenkamp maakt een Afgaanse vluchtelingenfamilie zich klaar voor de nacht.
Terug naar Azië