Kalam en omgeving
Jouw Poort naar de Ruwe Wildernis van Pakistan.
© D.S.F. Production

Kalam

Kalam is een betoverende vallei in het noorden van de Swat- vallei (provincie Khyber- Pakhtunkhwa, Pakistan), Het staat bekend om zijn koele bergklimaat, dichte alpiene bossen, kolkende rivieren en panoramische uitzichten op de gletsjers van de Hindoekoesj Hoogte: 2.000 m
Info
Kalam Het stadje Kalam vormt het centrale punt van de regio. Het ligt aan de samenvloeiing van de Swat- rivier en de Gabral-rivier. De omgeving wordt gedomineerd door torenhoge bergen, waarvan de Falak Sar (6.556 meter) met zijn besneeuwde top de bekendste blikvanger is.
Van de 881 km lange KKH op Pakistaans grondgebied nemen we er vandaag 331 km voor onze rekening. Een lekke band wordt hersteld. Als er plots een zandstorm opsteekt, moeten onze jeeps noodgedwongen stoppen. Het fijne zand dringt door elke spleet en men ziet geen steek voor de ogen. In een theehuisje rusten we even uit. Waar ze zich ook bevinden, bidden moslims vijf naai dag gezicht naar Mekka gekeerd. Niets leidt hen af en ze gaan in hun gebed op. Gedurende het hele traject volgen we de Induss troom die door adembenemende landschappen vloeit. Vanuit Baikot krijgen we een zicht op de Nanga Parbat. Op deze plaats vertoont hij zich op zijn mooist. Van hieruit kan man men het best de serene kompakte witte massa van de berg bewonderen. Kijkt men naar de top van deze 8125 m hoge majesteuze berg, dan krijgt men de indruk dat
Terug naar Azië
Deze kalm is. Niets is minder waar. Door sneeuwstormen, lawines, afbrokkelende ijswanden en scheuren hebben vele expedietes af re rekenen met rampen. Zo verloren in 1930 17 leden van een duitse expeditie het leven toen een ijswand wegschoof. Pas in 1953 werd hij bedwongen door Hermann Buhl. hij legde de laatste 1700 meter naar de top af in een dag, een unieke prestatie in de wereld van het bergbeklimmen. De Nanga Parbat de negende in de rij van de hoogste bergtoppen ter wereld werd in 1986 door een Belgische expeditie bekommen. Van Chilas gaat de rit door dorpjes als Sazin en Shatial. Langsheen de weg staan enorme reklameborden die traktoren en gezonde voedingmethoden aanprijzen. Shatial was ooit een zelfstandig republiek. Ook hier langsheen de oevers van de Indus kerfden pelgrims en legereenheden honderden tekeningen in de rotsblokken. De eerste tekeningen dateren uit de eerste eeuw voor Christus. Naast dierenfiguren, Buddhabeelden en tempels hebben vele reizigers hier hun namen in de rotsen gekerfd. Tussen de vele namen vindt men onder andere deze : "Yaqub Quarim van Yarland was hier. 21 Juni 346. De plaats is een vuilnisbelt ! "
Ook nu nog is Shatial een stopplaats op de route naar het zuiden zij het voor bus en vrachtvervoer. Het dorp is een aaneenschakeling van kleine winkeltjes en theehuisjes. Een ideaal plaats om zich tussen de lokale bevolking te kbegeven en hun doen en laten na te gaan. De sfeer is er opgewekt. Hier zijn zelfs slaapplaaten voorzien zomel in open lucht of boven op het dak. In het lokale restaurant kan men stukjes ijs kopen. Het ijs komt rechtstreeks uit de bergen. Nu wij hier zijn gaat de belangstelling van de plaatselijke bevolking echter uit naar onze vrouwen. Want hier zie je geen Pakistaanse vrouw in een theehuis of restaurant. Vrouwen genieten noch van een sociaal noch van het openbare leven. Elkeen staart ons dan ook met ongelovige blikken aan als we onze lunch in het restaurant veroberen. Een menukaart kent men hier niet. Dagelijks is de hoofdschotel rijst geserveerd met stukjes kip of rundsvlees. Even na Shatial verlaten we Northen Areas en rijden we de North-West Frontier provincie binnen. Na Sasin wordt het landschap dreigend zwart en donker. Hier snijdt de Indus een diepe kloof doorheen Kohistan. Besham gelegen op het kruispunt van de KKH en de weg naar de Swatvallei telt enkele onkornfortabele hotels en een paar goedkope serais. Vrachtwagens en bussen rijden voortdurend af en aan en laten hun getoeter dag en ancht horen. Besham is zeker geen plaats om slaap in te halen. De reiziger kan er een goedkope maaltijd gebruiken en er de nacht doorbrengend slapend op koorden bedden in open lucht. Rond zes uur sluiten alle winkels. het is net of de lokale bevolking je zo snelmogelijk zien vertrekken. Hiedereen hier is Sunni-moslim. Rond het gebeduur spreiden de mannen hun matje uit en bidden. Op weg naar Khawazakhela doorkruisen we een lieflijke streek met beboste heuvels en terrassen voor landbouw. De weg slingert zich door de naaldwouden en brengt ons tot aan de 2134 meter hoge Shangla-pas, vanwaar we uitkijken over de Swat-vallei met zijn eindeloze rijstterraggen en Maisvelden. In de 18de eeuw zakten Pathanen van de Pakistaans-Afgaanse grens naar hier af, verstigden zich in dit vruchtbaar dal en sindsdien regeren ze over de streek. Tijdens de afdaling rijden we voorbij lange rijen bijenkasten. Vereerd door ons bezoek biedt de imker ons een kop thee aan. Even voor Khawazakhela wordt geitenmarkt gehouden. Honderden geiten staan mekkerend op een koper te wachten. Eerst worden de dieren gekeurd en vergeleken.Dan begint het urenlang palaveren over de prijs. Pas na een stevige handdruk wordt de koop beslecht. Als alle passagiers en hun koopwaar een plaatsje in of op het minibusje gevonden hebben, dan vertrekt het pas. De aangekochte dieren belanden, zeer tegen hun zin in, op het dak van het lokaal vervoer en worden alzo vervoerd.
Beschermd door de alles bedekkende burqa houden vrouwen zich hier aan de purdah, een rechtsgewoonte die hen dwingt bescheidenheid aan de dag te leggen en elk oogkontakt met vreemdelingen te vermijden. Te Khawazakhela splitst de weg en kan men ofwel naar lover- ofwel naar upper-swat rijden. Niet te verwonderen dat dit stadje de grootste bazaar in de ongeving heeft. We selenteren door de hoofdstraat, aan de fruitstalletjes kunnen we sinaasapppelen, druiven, meloenen en bananen kopen. De plaatselijk bakker verkoopt een overvloed aan koekjes en suikerwaren. De meeste Aziaten zijn verlekkert op deze zoetigheden. We zien hoe de beenhouwer vlees vol vliegen versnijd en verkoopt. Tengevolge van de minder goede hygienise omstandigheden is de kindersterstefte hier hoog en hebben vele kinderen huidziekten zoals schurft. Opeengepakt in deze manden zullen de kippen alvast niet lopen gaan. Kopen en verkopen en een babbeltje slaan, nieuwe uitwisselen, dit alles maakt deel uit van het sociale leven in Pakistan, een leven dat zich vooral op straat afspeeld en de stad haar levendigheid geeft. Chapaties worden vers voor je klaar gemakt. Ook ontmoeten we er een kwakzalver die zijn genezende zalfjes en drankjes met succes verkoopt. Hier zien we hoe vuurwapens met de hand vervaardigd worden. In winkel heeftmen een uitgebreide keuze aan geweren en revolvers. Mits men over een vergunning beschikt kan iedereen zich hier een wapen aanschaffen. De ambachtelijke wapenindustrie biedt een inkomen aan veel mensen. De plaatselijke bank wordt met gewapende hand beschermt. Men waant zich hier in het wilde westen. Purdah betekent gordijntje of sluier. De burqa is dan ook een laken dat rond het hoofd en het lichaam gedragen wordt en enkel de ogen vrij laat. Terwijl de mannen handelstransakties voeren, wachten de vrouwen en de kinderen geduldig op het marktpleintje. In gehurkte houding wacht de hele familie totdat de man het teken geeft om naar huis te gaan. Rond de markt zijn de winkels van de goud en zilversmeden. Traditionele juwelen, arm en enkelbanden, halskettingen en oorbellen worden terplaatse gemaakt. In de schaduw van een boom worden de oren van een meisje doorprikt om er prachtige zilveren oorbellen in te kunnen dragen. Deze kleurrijke versieringen zijn gemaakt van bankbilljeten en worden gegeven als geschenk bij trouwfeesten. De bruidegom draagt het rond de hals. Na ons bezoek aan de stad vervolgen we onze weg richting Kalam. We zijn ook nog getuige van het ziekenvervoer op het platteland. Met koorden op zijn ziekbed werdt de patient door vier dragers naar het hospitaal vervoerd. De weg naar Kalam loopt vlak naast de Swat rivier. De houten huizen zijn tegen de hellingen gebouwd. Het dak van het ene huis doet dienst als terras voor het bovenliggende huis. Door deze manier van bouwen kon het dorp gemakkelijk tegen vijanden beschermd worden. We brengen een bezoek aan een ambachtelijke graanmolen. s’middags lunchen we in Madyan, tussen de huizen door stromen bergriviertjes. Hier worden nog steeds kameel caravanen gebruikt om goederen naar de meest afgelegen plaatsen te brengen.
De drukke, stoffige shops van Madyan zijn een paradijs voor gouvenierjagers.Hier kan men geborduurde sjaals, oude vuurwapens, zilveren juwelen en houtsnijwerk kopen. Verder bezit het stadje eenvoudige hotels en restaurants. Kalam is een rustig bergdorpje gelegen op 2000 meter hoogte. Van hieruit heeft men een schitterend zicht op Mt Falaksir die een hoogte van 6257 meter berijkt. Voor de weg er was gebruikten men de rivier om stroomafwaarts te reizen. Hiervoor liet men zich met de stroom needrjven op een raft of een opgeblazen buffelhuid. We volgen het pad dat het nieuw Kalan met de oude dorpskern verbindt. De bevolking van Kalam is vriendelijk. De meeste mannenn lopen ook hier gewapend rond. De bazaar bestaat uit schots en scheef door elkaar gezakte vervallen winkeltjes. Te Kalam probeert men door het bouwen van moderne hotels het toerisme tot ontplooiing te brengen en aldus bijkomende inkomsten te bekomen. Tot nu toe heeft het dorp nog niets van zijn autentieke charme verloren. Kalam heeft iets weg van wildwest stadje, gewapend wacht men zijn beurt af bij de plaatselijke barbier. Hier geld duidelijk de macht van de sterkste en de best bewapende man. best vermijdt je woordwisselingen of ruzie met deze kerels. Trots toont een van hen zijn automatische wapen, gemaakt in China. Hij heeft het kunstig vergierd. Een wankele houten brug brengt je naar de overzijde van de Swat rivier waar de dorpskom gelegen is. Hier vinden we een charmante houten Moskee. Indrukwekkend zijn de steunpilaren en de kapitelen die de ernorme horizontale balken van tien meter lengte torsen. De kapitelen zijn versiert met krulmotieven. De vloer in gebedsruimte werd bedekt met stro en tapijten. In een hoek ontdekken we enkele oude versleten gebedsboeken. Deze kenden ooit betere tijden. Zoals in vele bergdorpjes gaat ook hier het leven rustig zijn gang en houden inwoners zich aan de aloude levenspatronen. De huizen, tegen bergflanken opgebouwd, hebben balkons, deuren en steunbalken versierd met krullen, bloemmotieven en figuren die ons aan boeddhistische tempels herrinneren. Deze zijn zeer verschillend van de muselmaanse kunst. De dorpelingen zijn zeer gastvrij en we worden bij een van hen uitgenodigd op een kop thee. Drie generaties leven hier onder een dak. Ze eten en slapen in een en dezelfde ruimte. Via terrassen klimmen we naar een plateau van waaruit we een zicht hebben op de top van Mt Falaksir. Hier graven dagloner naar halfedelstenen. Nadat zand en aarde verwijderd werden van de stenen levert hun zware arbeid per slecht enkel roepies op. Musselmaanse graftomben zijn omgeven met houten hekken. Hoe voornamer de persoon hoe overvloediger de versieringen. Soms kan men ook het beroep van de gestorvene ontdekken.
In de omgeving van Kalam kunnen prachtige wandelingen en de brede vallei of door de naaldbossen gemaakte worden. We volgen een gedeelte van de Ushu-rivier en zien hoe de oogst aardappelen opgeladen wordt om naar dde stad stad vervoerd te worden. Een feërieke zondsondergang rondt ons verblijf in Kalam af.Via de heenweg keren we terug naat het zuidelijke Lower-swat, dat de top vormt van driehoek van de Gandhana-kultuur. De basis wordt gevormd door de vallei van Peshawar en deze van Taxilla. Halfweg tussen de zustersteden Minorga en Saidu Sharif bevinden zich de ruines van de stupa van Butkara. De centrale stupa, Chaitya genaamd, wordt omgeven door tweehondvijftien stupa’s. In het schrijn gebouwd door de keizer Aehoka ,in de derde eeuw, werd de as van boedha bewaard. De alom gekende zittende leeuwen voor de stupa moeten vroeger op een zuil hebben gestaan. Rijke pelgrims lieten kleine stupa's bouwen om punja te bekomen of lieten zuilen oprichten om geloftes na te komen. De oudste stupa’s dateren uit de eerste eeuw voor christus. Langzaam aan werden de bouwsels verfijnd en afgewerkt met zuilen en leeuwen. Ook lelies, lotusbloemen, arenden en bouddhabeeldjee waren in trek. Aldus toonden de bedevaarders hun liefde voor de levende wezens, iets dat centraal staat in het boedisme. Rond het heiligdom ontwikkelde zich een heuse stad om de pergrims te huisveeten. Deze werden nog niet opgegraven. Via rijstvelden keren we terug naar Saidu Sharif, de administratieve hoofdstad van Swat. Tot onze verwondering vraagt een meisje ons haar huis te bezoeken en foto's de familie te maken en deze op te sturen. De vrouw des huizes posseerd op een koorden bed, hun koesebaarste bezittingen, de geldkrans, hun huwelijksgeschenken en faniliefoto's staan naast el kaatr op een rek aan de muur. Dan rijden we verder naar Udegram, één van de interessantste dorpen in Swat. Klimt men de heuvel op dan komt men eerst bij de ruines van de oude stad Ora. In 1985 legden archeologen hier de ruines van de oudste moskee van Swar bloot. Purana Masjid dateerd uit elfde eeuw. In het centrum zien we de overblijfselen van gebederuinten. Boven op heuvel staat het fort dat door Raja Gira gebouwd werd. Even voorbij Udegram , net naast de weg werd in de zesde eeuw een reusachtige boedha uit de rotsen gehouwen. Het gezicht van deze Boeddha werd volledig weggehouwen door moslims. Met voorbij Barikot staat de stupa van Shingerdar, gebouwd in de derde eeuw in opdracht van koning Uttarasena om een relekwie van Boeddha te bewaren. De koepel van dit heiligdom was bedekt met goud en de basis was versierd met bas-reliefs die het leven van Boeddha vertelden.
Nabij Barikot op de Birkot heuvel, lag de oude stad Bazara die door Alexander de Grote, in 327 vc werd omsingeld en vernietigd. Op de heuvel staan nog steeds de van een Hindoe-fort. De brug van Chaldara werd gebouwd door Britse ingeniers. in de nabijheid bevindt zich het Chakdara-fort, gebouwd op plaats waar keizer Akbar zijn fort bouwde . Het fort wordt nog steeds als controlepost gebruikt en onze paspoorten en permits worden grondig nagekeken. Chirchill Picket, op Damkot Hill, werd heropgebouwd door het Britse leger in 1896. Het fort staat op de ruines van een Monghul vestiging. Wilston Churchill, die hier zijn legerdienst volbracht verloor op Damkot Hill bijna het leven tijdes een schemutseling. De weg, langsheen de Adinzai-rivie,r trekt de Talash-vallei in, een aangename streek met vele opgegraven Boeddhistische en Hindoestaanse overblijfselen. Tegen de avond berijken we Dir, de laatste stad voor men de lange en moeilijke weg aanvangt tot aan de Lowari-pas. Dir is een stopover voor zowel bus- als vrachtwagenchaufeurs. De hotelbaas verteld ons dat dir doordrongen is van een slechte sfeer. Regelmatig hoor je geweerschoten. Meestal gaat het om revalliserende Mujahidins, elkaar bevechtende families of opium papaverkwekers die drugs agenten bevechten.Tijdens de zomer van 1987 en 1988 vuurden aanhangers van lokale politieke partijen, raketten naar elkaars huizen af. Buiten enkele mooi geschulpteerden vrachtwagenkabines en enkele oude huizen valt er in dir weinig speciaals te beleven. Het plaatselijk kerkhof bevat enkele met hout versierde praalgraven. Hier in dir zoals in het grootste deel van Noord-Pakistan leiden de vrouwen een traditioneel leven, daar hun achtergrond hen weinig keuze laat . Alleen al de wens een proffecioneel werkterrein en een toekomst uit te bouwen komt negatief over. Traditionele families verdelen hun sociale leven in twee delen: het private en het openbare leven. Prive is een sluier niet echt nodig, doch in een gelovige familie zal een vrouw steeds haar haar bedekken. In het openbaar moet een vrouw zich sluieren en door een man of een kind worden begeleid. De Pathaanse vrouwen zijn er het slecht aan toe. Zij mogen noch grond noch huis bezitten, ook bij huwelijksonderhandelingen wordt hun mening niet gevraagd.