Babusar-Pas
Babusar Top: De poort naar het dak van de wereld
© D.S.F. Production
Babusar-pas De Babusar Pass is een spectaculaire bergpas in het noorden van Pakistan. Het is een van de beroemdste en hoogst bereikbare bergpassen van het land die per auto toegankelijk is. De naam "Babusar" verwijst naar de 16e-eeuwse Mughal- keizer Babur, die deze route volgens de overlevering gebruikte. Voordat de Karakoram Highway werd aangelegd, was deze bergpas de belangrijkste handels- en reisroute naar Gilgit en Baltistan.

Babusar-pas

De Babusarpas, ook wel bekend als Babusar Top, is een bergpas in het noorden van Pakistan die Khyber Pakhtunkhwa verbindt met Gilgit-Baltistan. Hoogte: 4.173 meter boven zeeniveau.
Info
Vandaag hebben we de uitdagende rit naar Chilas voor de boeg. De 116 km lang tocht zal ons door een groote natuurlandschap voeren. En weer kruisen we families met kudden en huisraad op weg naar het zuiden. De lange rij dieren doe fijne stof opwaaien zodat de vrouwen hun gelaat moeten beschermen. Sommige dieren schrikken even van het lawaai van de jeepe maar volgen dan instinktmatig opnieuw de kudde. Langzaam maar zeker trekt de kolonne verder. Soms is de weg helemaal ingenomen door de kudden en zit er voor ons niets anders op dan te wachten tot de dieren voorbij zijn. Na enkele uren rijden bereiken we Batakundi. Dit is een van laatste dorpjes in de vallei die tijdens de winter bewoond wordt. Gehuld in een deken beschermt men er zich tegen de koude. Het bestaat uit enkele houten huizen met platte daken gedragen door zware houten balken. Ambachtslieden leven en werken hier volgens al oude gewoonten. Tot Batakundi was de weg enigzinds vriendelijk en gemakkelijk berijdbaar. Dan start de stijle en gevaarlijke klim om de Babusar-pas over te steken. Men rekent op een rit van 5 à 6 uur om 60 kn verder te geraken en een hoogteverschil van 3300 meter te overwinnen. De vlaggestokjes die we langs de weg tegenkomen, duiden het graf aan van hen die langs de weg naar of van de pas zijn omgekomen. Hier en daar rijden ve door enkele kleine verlaten gehuchtjes. De koude doet ons naar enkele warme pullovers grijpen en de motregen dwingt ones om vervolgens een regenjas aan te trekken.Onze chauffeurg gaan zich opwarmen in een plaatselijk theehuisje. Ook wij lusten een kop thee en samen met de andere gasten nemen we plaats rond het fornuis. Er valt een lichte maar doordringende motregen. De huif wordt over de jeeps gelegd. De reeds smalle piste wordt nog smaller en bij regenachtig weer als vandaag wordt ze uiterst glad en gevaarlijk. De kanten brokkelen af bij gebrek aan ondersteuning en onderhoud. Ook wij komen aan een stuk waar de weg gedeeltelijk is weggespoeld. Wat er overblijft is niet breeder dan een voetpad. De rivier ligt 50 meter dieper. Met een schop en enkele stenen proberen enkele arbeiders de piete te herstellen doch met hun trage werkritme kan dat nog enkele dagen duren. Met een wiel op wat van de piste overblijft en het andere op de bergflank rijden onze jeeps stapvoets een voor een langs het ontbrekend deel. Om te bekomen van dit hagelijk oponthoud stoppen we op een klein plateau en rusten uit. We lunchen in een tent dat ons gastvrij door enkel wegarbeidere ter beschikking wordt gesteld. Na het eten vervolgen we onze tocht. De piste wordt nog smaller en de bochten volgen elkaar een na een op. De De schrik slaat one om het hart als we na het ronden van een bocht plots voor een kudde schapen komen te staan. Gelukkig spoort de herder ze aan op de flanken uit te wijken. Elkeen van ons hoopt in stilte dat we geen tegenl igger moeten kruisen. Plots moet onze chauffeur remmen als na een bocht de piste verspert wordt door een groep gewapende mannen. Gelukkig voor ons zijn het geen rovers maar de wachters die het Noord-Westelijke Grensgebied beschermen. Hier bij de grens zijn nog dagelijks schermutselingen met het buurland India. Hun wapens blijken op scherp geladen. Merk op met wat voor primitief schoeisel deze krijgers door bergen trekken. We proberen met hen te praten doch hun kennis van het engels is zeer beperkt. Onwennig staan we bij elkaar daar je niet elke dag met soldaten in oorlogs paraatheid in aanraking komt. In Noord Pakistan is het de normaalste zaak van de wereld dat mannen gewapend rondlopen. Als we belangstelling voor hun wapen tonen, vertellen zij ons hoe ver en hoe haarsperk ze hun doel tkunnen reffen. Als een tijdje ze het voor bekeken houden, trekken ze verder de bergen in.
Terug naar Azië
De piste kronkelt zich, de meanders van de Kunhar-rivier volgend de bergen. Op een plateau treffen we een vervallen huis aan. De graven zijn de enige getuigen van de vroeger bewoners, weggetrokken uit dit troosteloze land of omgekomen door ziekte of oorlog. Na een lange klim berijken we het Lulusar-meer gelegen op het Lalazarplataeu. Bij helder weer heeft men bij het meer een prachtig zicht op de Kaghan-vallei. Jammergenoeg reikt onze zicht door het laaghangend wolkendek slechte enkele honderden meters ver. Na zo een helse rit even de benen strekken kan zalig zijn. Door de slechte staat van de piste en het voordurend door elkaar schudden van de jeep moet de verirg even nagekenen worden. Dan rijden we weer verder de Babusar-pas te gemoet. Amper te onderscheiden tussen de weiden liggen de uit rotsstenen opgetrokken huizen verlaten tegen de bergflank aan. Volgende zomer komen de bewoners hier terug want de zomerweilanden zijn hier uitstekend. Amper te onderscheiden tussen de weiden liggen de uit rotsstenen opgetrokken huizen verlaten tegen de bergflank aan. Volgende zomer komen de bewoners hier terug want de zomerweilanden zijn hier uitstekend. Onze chauffeurs profiteren van de vlakke stukken om sneller vooruit te komen. In deze afgelegen gebieden zijn geen bruggen meer over de rivier. We rijden langsheen de oever om een geschikte oversteekplaats te vinden. Te voet steek ik de rivier over om de minst diepe pleken op te zoeken. Als ze de weg weten volgen de jeeps een voor een. Zij die in de jeep zitten vrezen voor natte voeten maar nergens loopt er water in de jeeps. Gelukkig raakt geen enkel voertuig vast in een kuil en onze chauffeurs brengen hun jeeps veilig aan de overkant .
Als plots in de dichte miste de schimmen van steenhopen opduiken, beseffen we dat we de Babusar-pas bereikt hebben. Deze opeengestapelde stenen dienen als markeerpunten. De pas gelegen op 4173 meter boven de zeespiegel is gedurende negen maand per jaar gesloten. Al bijt de kou en snerpt de wind door onze kleren toch zijn we blij dat we deze alternatieve rit door een groots natuurgebied genomen hebben. Het enige geluid dat hier te horen is, is het huilen van de wind jagend over de bergflanken. De piste naar het dal toe is zeer smal en vertoont vele haarspeldbochten. Ze zijn stijl en scherp, zodat onze jeeps drie tot viermaal voor en acheruit moeten rijden alvorens ze een bocht te kunnen ronden. We zijn amper de bergkam over of de zon priemt door de wolken. Muilezels zijn nog steeds het beste nidddel oa goerderen in dit onherbergzaam gebied te vervoeren. Een van hun begelijders poseert gewillig voor een foto. Ook hij is gewapend. Bij schermutsselingen tussen rivaliserende dorpen aarzelen ze niet om het wapen te gebruiken. Beschut door enkele enorme rotsblokken hebben nomaden hun tenten opgeslagen. We gaan er een kijkje nemen in het kamp om te zien hoe deze mensen leven. Doch de vrouwen blijken niet op onze komet gesteld te zijn. Ze uit dit niet alleen met woorden naar slingeren ook stenen naar ons hoofd, tot grote hilariteit van de mannen. Wil men in het kap fotograferen dan palaver je best eerst even met de mannen, schud men enkele handen en deelt men enkele sigaretten uit. Dan ben je welkom. Dan mag je je tussen de vrouwen en kinderen begeven en flitsen uit hun leven op foto vastleggen. Snoepjes doen het steed goed bij de kinderen, gefassineerd kijken ze naar onze fotgrafen. Vrouwen en jonge mijsjes dragen een hoofddoek. De kinderen dagen geen schoeisel. Elk gezin heeft een groot aantal kinderen, doch door het harde leven en door ziekten is de kindersterfte in Pakistan nog hoog.
Eens de Babusar-pas overgestoken verlaat je het het gebied Kohigtan en kom je in de noordelijke gebieden van Pakistan zoals de streken Ghizar en Hunza. We bereiken het dorp Babusar gelegen in een bosrijk en vruchtbaar dal. Naaldbomen leveren hout dat in het dal tot timmerhout wordt verwerkt. Een traktor met laadbak vol boomstronken is van de piste gereden. De doorgang isversperd en er wacht ons een lang oponthoud. Alle mannen uit het dorp zijn samengekomen om een oplossing voor het probleem uit te dokteren. Met houten stokken als koevoet en koorden proberen ze de aanhangwagen en traktor te verplaatsen. Maken vele handen het werk lichter, de meesten geven commentaar en advies wat de toestand nog chaotischer maakt. Als we eindelijk kunnen doorrijden, begint het te schemeren. In snel tempo rijden de jeeps door de dorpen, tot groot ongenoegen van de dorpbewonere die de jeeps met stenen bekogelen. Op de rotswand bemerken we de waterkanalen die het bergwater kilometersver naar de dorpen brengen. Het is nacht als we in Chilas aankomen. Van op de Karakoran Highway is Chilas niet te zien, het ligt verstopt te midden van een onvruchtbare steenwoestijn. De bevolking stamt af van de bandieten, die vroeger de karavanen en de Britse bevoorraadingelijnen beroofden. Nu nog hebben ze de reputatie vreemdelingen vijandig gezind te zijn. We stoppen er enkel voor een kort bezoek aan de rotstekeningen. Aan de oever van de Indus werden rotsstenen gevonden met tekeningen en schrifttekens daterend van de eerste eeuw voor Christus tot op heden. De auteurs zijn van verschillende herkomst: invallers soldaten, handelaars en pelgrims. Dieren, stupas en teksten in verschillende talen werden in de rotsen gekerft. Pelgrims en buddistische monniken op weg naar of komende uit China, beeldhouwden vooral buddhas en stupas in de rolkeien. Deze afbeeldingen moesten hen tijdens hun reis beschermen. Vandaag volgen we de Karakoran highway die het zelfde traject als de oude zij deroute volgt en Pakistan met Zuid-China verbindt.
De KKH volgt de modderige oevers van de Indus. De KKH wordt ook vel eens het 8 ste wereldwonder genoemd omdat de bouw 20 jaar in beslag en hij door s' werelds meest ontoegankelijke en hoogste bergketens loopt. Pas in 1982 werd hij voor het toerisme opengesteld. Hier baant de Indus zich een weg door de ruwe bergflanken en zoekt een uitweg naar de Arabische zee. In de zomer kan de temperatuur tot 50 c oplopen waardoor er niets groeit. De 1280 km lange KKH loopt door drie bergketens: De Himalaya, de Karakoram en het Pamirgebergte. Dankzij deze weg kan Noordelijk Pakistan zich nu beter ontwikkelen. Langzaam maar zeker knaagt de Indus ook aan de KKH zodat reeds enkele jaren na het beeindigen van de aanleg op vele plaatsen herstellingen moeten uitgevoerd worden. De oevers van de stroom liggen bezaaid met stenen en rotsblokken achtergelaten door gletjers en uitgestrekte zandvlakten reiken tot aan de rivieroever en wordten begrenst door ruwe bergen die tot zesduizend meter hoog zijn. Hier en daar doen planten een verwoede poging tot bloei te komen. De rust door de bergen uitgestraald, staat in scherp kontrast tot de activiteiten in de dorpjes langsheen de KKH. De prachtig versierde vrachtwagens, ze lijken wel kunstvoorwerpen toeteren om het hardst. Hier behoort de weg toe aan de sterkste en stoutmoedigste chauffeur. Belletjes, kettingen en amuletten samen met afbeeldingen van heiligen en symbolen van Gods naam geven potentiele bescherming tegen ongelukken en natuurrampen op de gevaarlijke wegen. De bussen zijn overvol en het is de gewoonste zaak van de wereld een plaats op het dak in te nemen of aan de buitenkant van de bus te reizen. Verkeersreglementen worden hier toegepast en dus rijdt men eens linke en dan weer rechts uitdokterend wat op dat ogenblik het beste past . Geen plekje wordt ombeschilderd gelaten, bumpers, spatborden, windschermen, spiegels alles moet er aan geloven. Naast morele steun hebben deze kunstwerken een duidelijk commerciele bedoeling. Opzichtig geschilderde slogans en firmalogo's zijn reklame voor het bedrijf. Hoe kleurrijker de vrachtwagen, hoe succesvoller de bestuurder is. Zodat zelfe de binnenzijden van de houten stuurkabine, inklusief de zeltels niet ontsnappen aan de versieringsdrang van de chauffeur. We blijven de Indus stroomopwaards volgen. Op vele plaatsen heeft hij het dal diep uitgeschuurd. Aldus vormde zich door de eeuwen heen een canyon met klippen die fasinerend schoon zijn. Ter hoogte van Jaglot vloeien de Indus en de Gilgit samen. Beiden waterlopen hebben zich hier een weg door de vruchtbare vallei uitgeschuurd. De rivieren nemen een bruin grijze kleur aan. Deze kleur wordt gevormd door een oververzadiging van modder en stenen die beide rivieren over honderden kilometers met zich meevoeren. Zij die intresso vertonen voor geologie kunnen hier hun hartje ophalen. We volgen nu de Gilgit die een diepe ravijn in het stenen woestijnlandschap tussen de bergen in uitschuurt. Rond het middaguur berijken we Gilgit gelegen in een vruchtbare kom, midden in een overheersend grijsbruin landschap omringd door naakte bergen. Gilgit is de hoofdplaats van de Noordelijke gebieden. De stad groeide tijdens de bloeipriode van de zijderoute uit tot een bloeiend handelscentrum. Nu ontwikkelt de stad zich verder dankzij de KKH. Totdat de Britten in de 19de eeuw een definitief einde stelden aan de slavenhandel werden hier op de markt regelmatig slaven verkocht. Het verhaal doet de ronde dat Tiran Gaukar zelfs zijn onderdanen verkocht. Nu is Gilgit een aaneenrijging van miniskule, piepkleine winkeltjes. De bazaar is de ontmoetingsplaats van handelaars uit de Penjab en de Sind, maar ook voor de boeren uit de omliggende valleien. Tussen de stalletjes van groenten, fruit en specereien in wordt hier vooral boeken, wollen Chinese zijde en porcelein aangeboden. Tussen hun aangekochte goederen in nemen de mannen plaats op het dak van de bus. Het kan nog een hele tijd duren eer men terug naar de stad komt. Het loont de moeite even lange de busstandplaats te lopen. Fier toont de bestuurder ons zijn opgesmukte bus. Een miniatuur vliegtuig met een rij knipperlichten tooit het dak. Zoals in de meeste Aziatieche steden, speelt het leven zich af op en lange de straatkant. Vele mannen proberen een eigen handel op te zetten, zoals deze die met een waaier de vliegen van zijn meloenen wegmept. Sommige handelaars bouwen hun zaak verder uit. Alle soorten groeten fruit en specereinen zijn hier te verkrijgen. Anderen verkopen posters om de kale muren van de huizen te versieren.