Stammen Ontmoetingen met een anders wereld

Saami

De inheemse bevolking van Europa is vrij beperkt. Nationale minderheden als Catalanen, Friezen of Bretons worden niet altijd tot de inheemse volkeren gerekend omdat hun leefwijze niet substantieel verschilt van die van de dominante volkeren in Europa, hoewel ze wel aan een aantal criteria voldoen en ook een eigen taal hebben. De meeste inheemse volkeren in Europa bevinden zich in het uiterste noorden en oosten; zoals de Saami in Scandinavië, de Krimtataren in Oekraïne en de Nenetsen in Rusland. Ook de Basken worden soms als inheemse bevolkingsgroep gezien

Inheemse bevolking in Europa

De Samen of Sami (Noord-Samisch: Sápmelaččat) zijn een van oorsprong nomadisch volk dat het Noord-

Europese Lapland bewoont. Ze waren vroeger ook bekend onder de naam Lappen, echter deze term wordt

door de Samen als beledigend ervaren.

Ze bezitten tegenwoordig in zowel Noorwegen, Zweden als Finland een eigen parlement, het Sameting, dat bij

de nationale overheden van de staten waaronder Lapland ressorteert, inspraak heeft in zaken die de Samen

en hun woongebied betreffen. De meeste Samen wonen in Noorwegen, zo'n 50.000. In Zweden zijn dat er

ongeveer 20.000, in Finland 6.000 en in Rusland 1.800.

Inheemse volkeren uit Ex-Joegoslavië

In oegoslavië bestonden geen inheemse volkeren in de strikte zin van

het woord, zoals inheemse bevolkingsgroepen die al eeuwenlang op

een specifiek grondgebied wonen, vóór de komst van de Slaven. De

bevolking van Joegoslavië bestond voornamelijk uit Slavische

volkeren, die zich in de 7e eeuw op de Balkan vestigden, waaronder

Serviërs, Kroaten, Slovenen, Bosniakken en Macedoniërs. Daarnaast

woonden er ook minderheden zoals Albanezen, Hongaren, Roma en

anderen.

Inheemse volkeren uit Albanië.

ls we het hebben over "inheemse volkeren" in Albanië, dan kijken we niet naar groepen die vergelijkbaar zijn met bijvoorbeeld de Aboriginals in Australië of Native Americans in de VS. In de context van de Balkan draait het vooral om etnogenese: de vraag welke volkeren er al sinds de oudheid wonen. De Albanezen beschouwen zichzelf als de directe afstammelingen van de oorspronkelijke bewoners van de westelijke Balkan. De meeste historici en archeologen zijn het erover eens dat de Albanezen afstammen van de Illyriërs. Dit was een verzameling stammen die in de oudheid het westen van de Balkan bewoonden, lang voordat de Romeinen of de Slaven (die pas in de 6e en 7e eeuw kwamen) het gebied betraden. Taal: De Albanese taal (Shqip) is een unieke tak binnen de Indo-Europese taalfamilie en heeft geen nauwe levende verwanten. Dit ondersteunt de theorie van een zeer oude, lokale oorsprong. Continuïteit: Ondanks eeuwen van Romeinse, Byzantijnse en Ottomaanse overheersing, bleven de kernkenmerken van de cultuur en taal behouden in de bergachtige gebieden.
Europa